Niek

Badessi werd na de dood van zijn vader, een voodoochef in het convent van Sakpata, door de Fâ aangewezen als opvolger. Sakpata is de god van de aarde en de pokken. Wanneer hij getergd wordt dan teistert hij de mensheid met besmettelijke ziekten. Badessi weigerde de Fâ te gehoorzamen.  Hij wilde weg uit zijn dorp Lalo om te ontsnappen aan de armoede en vertrok naar buurland Nigeria om geld voor zijn gezin te verdienen. Eenmaal daar aan het werk hoorde hij dat zijn kind ziek was. Hij besloot desondanks om in Nigeria te blijven. Kort daarna ontving hij het bericht dat ook de kinderen van zijn broer ziek waren geworden met precies dezelfde symptomen.

Julie is twaalf jaar en zit al tweeëneenhalf jaar in het convent dat gewijd is aan Heviossi. Heviosso heerst over de hemel en jaagt de mensen vrees aan met donder en bliksem. Julie is een deel van een tweeling. Drie jaar geleden overleed haar tweelingzusje Juliette vrij plotseling in het ziekenhuis na klachten over hoofdpijn. Een oorzaak werd nooit gevonden. Omdat een tweeling hier als een geschenk van de Goden wordt  gezien mogen ze nooit gescheiden worden, ook niet als één van hen overlijdt.  In dat geval wordt de plaats van de overledene ingenomen door een houten poppetje. Door middel van een ceremonie wordt de geest van de overledene uitgenodigd om bezit te nemen van het poppetje.  Hiermee wordt het poppetje een togbovi, die de levende tweelinghelft voortaan altijd bij  zich zal dragen.