JULIE

Julie is twaalf jaar en zit al tweeëneenhalf jaar in het convent dat gewijd is aan Heviossi. Heviosso heerst over de hemel en jaagt de mensen vrees aan met donder en bliksem. Julie is een deel van een tweeling.

Drie jaar geleden overleed haar tweelingzusje Juliette vrij plotseling in het ziekenhuis na klachten over hoofdpijn. Een oorzaak werd nooit gevonden. Omdat een tweeling hier als een geschenk van de Goden wordt  gezien mogen ze nooit gescheiden worden, ook niet als één van hen overlijdt.  In dat geval wordt de plaats van de overledene ingenomen door een houten poppetje. Door middel van een ceremonie wordt de geest van de overledene uitgenodigd om bezit te nemen van het poppetje.  Hiermee wordt het poppetje een togbovi, die de levende tweelinghelft voortaan altijd bij  zich zal dragen. De togbovi krijgt te eten en te drinken, wordt gewassen en vertroeteld en wordt in alle opzichten beschouwd als een levend wezen.
De ouders van Julie en Juliette hadden echter verzuimd om na de dood van Juliette de tweeling-ceremonie te volbrengen.

Een paar maanden na de dood van Juliette werd Julie met dezelfde hoofdpijnklachten opgenomen in het ziekenhuis. In het ziekenhuis werd geen oorzaak gevonden en de ouders besloten om de Fâ te raadplegen, het orakel dat kan communiceren met de Goden. De Fâ bepaalde dat – om het leven van Julie te redden-  beide meisjes Julie en Juliette, geïnitieerd moesten worden in een convent dat gewijd was aan Heviosso.Omdat er echter geen togbovi was moest eerst de dolende geest van Juliette gevonden worden.  De moeder moest een poppetje kopen op de markt. Ze moest een schotel maken met bonen, rode palmolie, maniokmeel en mais. Daarnaast moest ze een kip en een haan offeren aan Tohossou, de god van de tweelingen, opdat de geest van Juliette zich weer bij haar zus zou voegen door bezit te nemen van het poppetje.

Nadat de moeder aan deze voorwaarden had voldaan konden beide kinderen, Julie en haar togbovi Juliette, worden geïnitieerd. Julie ontving de littekentatoeages die haar kenmerkten als kind van Heviosso, de ceremoniën werden vervuld en de offers werden gebracht. Eenmaal onder de hoede van Heviosso genas Julie.

Om zowel Julie als Juliette weer uit het convent te kunnen meenemen eiste Heviosso onder meer twee schapen, voor elk kind één.  Zolang de ouders deze offers niet konden betalen zouden Julie en haar zus in het convent moeten blijven. Het verlaten van het convent zonder aan de offers te voldoen was geen optie. Julie zou zeker sterven.

Gilbert trok zich het lot van Julie aan en stelde  aan de chef van het convent voor om twee witte hanen te offeren, offergaven die Heviosso wel vaker accepteerde wanneer het om minder gewichtige zaken als het leven van twee kinderen ging.  De chef consulteerde  de Fâ bij een bokonon, maar Heviosso weigerde tot drie keer toe het gebodene. Uiteindelijk nam Heviosso genoegen met een klein schaap, een witte haan, bonen met rode olie en een kalebas palmwijn.
Wanneer Gilbert het geld voor het schaap heeft gevonden zullen Julie en Juliette met gerust hart het convent kunnen verlaten.  De rest van hun leven zullen ze onder de hoede blijven van de machtige Heviosso. Niemand zal hen ooit een haar durven krenken.